De afgelopen tijd hoorde je dit geluid; mensen nemen alles te letterlijk. Ontlezing is natuurlijk een wereldwijd probleem. En wat je dus ook ziet is dat er een teloorgang lijkt te zijn van de ‘suspension of disbelief’. Het onderwerp hield mij zelf bezig en op de een of andere manier (het algoritme?) kwam ik het ook telkens tegen in mijn feed.
Zo kwam ik een reel tegen van ‘radiokunststof’ met een interview met tekstschrijver Jurrian van Dongen: “In Kunststof vertelt hij over het verschil tussen Het Klokhuis van vroeger en nu. Volgens Van Dongen is het grootste probleem van deze tijd de verbeelding die wordt overgenomen door de letterlijkheidsgolf’: ‘Wie heeft er verbeelding en wie heeft het niet? Dat trainen is één van de dingen die ik bij Het Klokhuis het belangrijkste vind.’” Hij heeft het dan over kinderen maar ook over ouders.
Van Dongen wordt ook geciteerd in het artikel van Vrij Nederland ‘Verbeeldingscrisis: ouders zijn steeds banger voor fictie en fantasie’ van Laura Kemp. Wat hij vertelt, deed mij denken aan het voorval dat ouders enorm vielen over die ene aflevering van het Sinterklaasjournaal waarin ouders hielpen met het kopen van Sinterklaascadeaus.
Een voorbeeld van iets vergelijkbaars dat ik in mijn feed tegenkwam (en ik realiseer me hoe ironisch dit is, het tegengeluid dat je dus wel d.m.v. het algoritme te horen krijgt):
Insta post Elif Shafak (16 June): “Fiction is not an escape from reality. It is a bit unfortunate that in English the word fiction is often used as the opposite of ‘fact’, as an untruth, but I want to push back on that. Literature brings us closer to truth, to each other, to humanity. It does so, in its own way, gently In the Middle East we use another word: edebiyat, which comes from “adab” in Arabic, meaning caring, kindness, taking others into consideration, not just yourself. The art of storytelling goes hand in hand with ‘caring about others’.”
En het volgende:
Julien de Wit, uit een interview dat hij gaf aan HR Magazine: ‘Lezen kweekt empathie. Boeken leren ons niet alleen meer weten. Ze leren ons begrijpen hoe andere mensen denken, voelen en reageren. Misschien is dat hun grootste waarde: dat ze de wereld groter maken dan onze eigen ervaring. In een harde, soms zielloze wereld kweken ze empathie.’
Wat is suspension of disbelief?
De letterlijke betekenis is ‘opschorting van ongeloof’. Er is geen Nederlandse term hiervoor. Even vergeten dat wat je leest niet echt is. Samuel Taylor Coleridge bedacht de term in 1817.
Maar het is natuurlijk iets eeuwenouds, met de oorsprong in Griekse tragedies, toen het publiek deed alsof wat ze zagen echt was, met de nadruk op ‘doen alsof’. Tolkien bedacht een andere term: secondary belief. Je vergeet dat wat je leest of ziet niet echt is ‘binnen die gecreëerde fictieve wereld’.
Hier lijkt het dus aan te schorten: dat besef dat het fictie is. En dat je binnen die wereld even doet alsof het echt is. In plaats daarvan verdwijnen die grenzen en wordt fictie voor feit aangezien.
Het baart me zorgen als van Dongen zegt dat hij dit dus al bemerkt bij kinderen. Hoe kleiner het kind, hoe minder moeite het hen lijkt te kosten om ‘zich te verwonderen’, die verbeeldingskracht. Wanneer verliezen ze dan deze ‘gave’ (zou ik het willen noemen)?
Mijn dochter van 5 (bijna 6) kan volledig opgaan in een verhaal, of dat nou een film is of een boek. Of ze nou wordt voorgelezen of zelf leest. Maar ze vergeet geen enkel moment dat het fictie is. Dit is dus iets dat ik wil koesteren, stimuleren. En niet alleen in haar, maar ook in mezelf.
Waarom is suspension of disbelief zo onmisbaar?
Met de opkomst van AI is het des te belangrijk om hier aandacht aan te besteden. Een tegengeluid. Daarom zijn schrijvers zo belangrijk. Het lijkt misschien minder belangrijk dan wat dokters, leraren doen. Maar het is nét zo belangrijk.
Daarom is het ook zo essentieel om als schrijver ‘show don’t tell’ te begrijpen. Weten wat het is en hoe het toe te passen.
Voor mij is de essentie dat het te maken heeft met jezelf wegcijferen. Het is eenzelfde soort ‘beweging’. En niet alleen dat maar ‘jezelf verplaatsen in een ander’. Living vicariously.
Hoe zorg je als schrijver dat je dit in de lezer triggert? (Welke rol speelt show don’t tell hierin?)
Allereerst, wat is het? Betekent het echt letterlijk ‘laat zien, vertel het niet’? Het komt daar wel op neer. Natuurlijk betekent het niet dat je nooit mag ‘vertellen’. Maar voor het overgrote gedeelte laat je zien, d.w.z., schrijf je op zo’n manier dat de lezer beelden vormt in diens hoofd, dat die het voor zich ziet en zich kan inleven.
Dus ja ‘beeldend’ schrijven. Maar daarbij denk je al gauw alleen aan het zintuig ‘zien’. Terwijl om dat effect van ‘zich inleven in’ te bewerkstelligen, moet je gebruik maken van álle zintuigen.
Maar wat in mijn ogen het allerbelangrijkste is? Dat de lezer wil weten hoe het de protagonist vergaat. Komt het wel goed? De lezer is gaan géven om de protagonist. Dit is die empathie waar Julien de Wit en Elif Shafak het over hebben.
Hoe bewerkstellig je als schrijver empathie van lezer voor protagonist?
Door de karakterboog, of karakterontwikkeling. Je protagonist maakt een complete persoonsverandering door. Vaak een draai van 180 graden. Dus niet: een beetje ‘dabbelen’ in wellness en zelfkennis d.m.v. zelfhulpboeken. En wezenlijk niks veranderen. Maar échte, diepgaande persoonlijke groei.
Een scenarioschrijver die hier het meest verhelderend over schrijft is John Yorke. Ik ben groot fan van zijn ‘roadmap of change’. In Into the woods schrijft hij over de essentie van waarom we lezen. Blijkbaar voelen we toch in de kern een behoefte ‘een beter mens te worden’. Beter hoe? Beter voor onze medemens.
Het doel is de lezer zich in andermans schoenen te laten staan, die de innerlijke verandering van de protagonist door te laten maken als ware het diens eigen innerlijke verandering. Het middel is show don’t tell: alle literaire stijlmiddelen die je als schrijver tot je beschikking hebt toepassen om het verhaal ‘te ervaren’, niet alleen voor je te zien (al is dat er een groot onderdeel van). Voor mij is dat de essentie van ‘show don’t tell’.
Wat kun je doen als schrijver om jezelf hierin te ontwikkelen?
Er zijn weinig goede schrijfboeken over ‘show don’t tell’, ik ben er nog niet een tegenkomen. Zodra dat wel het geval is, zal ik het hier delen!
Wat ik wel kan aanraden is de Masterclass ‘Margaret Atwood teaches creative writing’.
Het beste wat je kunt doen is lezen. Lees boeken waarin je zelf helemaal wordt meegesleurd en probeer te achterhalen hoe de schrijver dit voor elkaar heeft gekregen.
Leestips om je eigen verbeelding te versterken (het kind in jezelf):
- Winnie the Pooh
- Alice in Wonderland
- Sprookjes van de gebroeders Grimm
Leestips om te leren over show don’t tell van de ‘meesters’
- Roald Dahl (met name zijn korte verhalen)
- Daphne du Maurier (haar boeken en korte verhalen)
- Margaret Atwood








