Na weken in tergende spanning te hebben gezeten, ontvang je eindelijk de feedback van de proeflezers, de eerste lezers van jouw verhaal, jouw boek-in-wording. Het is niet geheel positief. Ze haakten af rond het middengedeelte. Of ze zeggen dingen als “Ik kon me niet identificeren met de hoofdpersoon” of “Het einde voelde wat snel.” Je herschrijft zinnen, schrapt scènes, voegt details toe, maar dit lost het niet op. Grote kans dat het niet aan je stijl ligt, niet aan je dialogen, maar dat er iets mis is met je plot.
Veel schrijvers voelen intuïtief dat er iets mis is met hun verhaal, maar weten niet waar ze moeten beginnen met oplossen. Plot wordt vaak gezien als een reeks gebeurtenissen, terwijl lezers niet afhaken omdat er niets gebeurt, maar omdat ze geen noodzaak voelen om door te lezen en omdat het simpelweg niet ‘spannend’ genoeg is. Dan bedoel ik niet zozeer spanning als in een thriller. Maar spanning als in ‘de aandacht vasthouden’. De lezer verliest zichzelf niet in het verhaal, gaat er niet volledig in op. Dat is waar de feedback van de proeflezers op neerkomt. Maar wat is precies het probleem met je plot?
In dit artikel laat ik je 5 duidelijke tekenen zien dat je plot wankelt. Je ontdekt niet alleen wat er mis kan zijn met je plot, maar vooral waarom en wat je kunt doen om weer grip te krijgen op je verhaal.
Een wankelend plot is bijna altijd een karakterprobleem
Het is mijn overtuiging dat als er sprake is van plotproblemen, het de lezer (en jou als schrijver) niet duidelijk is waar je hoofdpersoon naar streeft en waarom.
Begin bij de vraag: over wie gaat dit verhaal écht?
Zolang doel (intrinsiek en extrinsiek), verlangen (want), innerlijke behoefte (need) en het gebrek of probleem (character flaw) niet scherp zijn, ga je dat voelen in pacing, spanning en geloofwaardigheid. Plot en karakterboog zijn geen losse onderdelen, maar onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Het meest belangrijk: waarom zou de lezer een moer geven om wat er met de hoofdpersoon gebeurt? Hoe krijg je dat als schrijver voor elkaar? Het probleem dat de hoofdpersoon heeft is urgent en acuut. De noodzaak tot verandering is hoog, het kan zo niet langer. Er staat iets ongelooflijk belangrijks op het spel. Als de hoofdpersoon zijn doel niet bereikt, dan voltrekt er zich een ramp (gechargeerd uiteraard).
Door het gebrek is de hoofdpersoon herkenbaar. Ieder mens is ten slotte flawed. Volgens de Save the cat-methode: zorg dat de hoofdpersoon in het begin iets doet of heeft dat empathie opwekt bij de lezer.
Hoe een plot ongemerkt instort
Je plot stort als een kaartenhuis in elkaar doordat:
- gebeurtenissen geen gevolg zijn van keuzes van de hoofdpersoon
- obstakels geen echte prijs hebben
- keerpunten niet leiden tot innerlijke verandering
- scènes niet bijdragen aan de plot
De lezer voelt: ik word niet meer meegenomen ook al vinden er wel gebeurtenissen plaats. Laten we hierop inzoomen.
De 5 tekenen dat je plot wankelt
1. Een infodump (of eindeloos wachten op het inciting incident) aan het begin van je verhaal
Het verhaal start met uitleg, worldbuilding of achtergrondinformatie, terwijl er nog geen reden is voor de lezer om om de hoofdpersoon te geven. Of het inciting incident komt pas na tientallen pagina’s.
Dieper probleem: de hoofdpersoon heeft nog geen concreet verlangen of probleem dat aandacht vraagt.
Gevolg: traag tempo, lage betrokkenheid.
2. De ‘saggy middle’: het midden zakt in
Het begin belooft iets, maar halverwege gebeurt er… weinig. Scènes voelen uitwisselbaar.
Dieper probleem: de spanningsboog zakt in door te weinig conflict, te weinig obstakels en vaak het ontbreken van duidelijke keerpunten. De lezer haakt af, het is te saai. Het gaat de hoofdpersoon allemaal te gemakkelijk af.
Vaak zie je ook dat het innerlijke conflict stilstaat: de hoofdpersoon leert niets nieuws over zichzelf.
3. Een afgeraffeld of ongeloofwaardig einde
Alles moet ineens snel opgelost worden. Dit gebeurt op zo’n manier dat het ongeloofwaardig voelt voor de lezer. Verhaallijnen worden aan elkaar geknoopt zonder dat er wordt stilgestaan bij hoe de gebeurtenissen de hoofdpersoon hebben veranderd.
Dieper probleem: de karakterboog is niet consequent opgebouwd en er ontbreken belangrijke keerpunten in de plot.
4. Plotgaten en vergeten verhaallijnen
Er worden beloftes gedaan die niet worden ingelost. Een subplot verdwijnt. Een conflict wordt nooit echt opgelost. Er wordt iets aangekaart, maar dit wordt vervolgens nooit meer opgepakt.
Dieper probleem: onduidelijkheid over wat essentieel is voor dit verhaal en dit personage. Niet alles is verbonden met het centrale conflict of thema.
5. Een passieve hoofdpersoon (en te veel toevalligheden)
Dingen overkomen de hoofdpersoon, hij onderneemt zelf geen actie. Oplossingen bieden zich ‘als vanzelf’ aan, dingen komen wel heel goed uit.
Dieper probleem: geen intrinsiek doel en vaak ook geen duidelijke flaw. Zonder innerlijke drijfveer neemt het verhaal geen richting, en moet het plot kunstmatig geholpen worden.
Wat te doen in het geval van plotproblemen?
Ik kan me voorstellen dat je denkt ‘moet ik dan mijn hele verhaal opnieuw plotten?’ Er staat al iets op papier, dus je hoeft niet vanaf nul te beginnen, maar het is zeker een goed idee om je plot onder de loep te nemen.
De vraag of je een plotter of een pantser bent speelt ook een rol bij plotproblemen. Heb je een outline gemaakt voordat je begon met schrijven? Zo ja, pak die er weer bij. Heb je geen outline gemaakt? Probeer er dan nu toch eentje te maken, waarbij je uitgaat van wat je nu op papier hebt staan, maar kijkt wat er ontbreekt en wat anders moet volgens de outlinemethode van jouw keuze. In dit blog lees je meer over welke outlinemethodes er zijn.
Plotproblemen oplossen: terug naar de basis en tempo
Ga terug naar de basis; wat is het thema van jouw verhaal, wat wil je overbrengen aan de lezer? Hoe verhoudt dit zich tot het doel (of doelen) van je hoofdpersoon? En tot zijn probleem of gebrek en de noodzaak om te veranderen?
Kijk vervolgens naar pacing (tempo). Meerdere outlinemethodes maken gebruik van percentages om te bepalen waar in een verhaal de keerpunten plaats horen te vinden, zoals de Save the Cat-methode en de 12% vuistregel. Waar bevinden jouw keerpunten (of plot points) zich? Zorg dat je de drie (of vijf) aktes scherp hebt.
En stel jezelf dan de vraag: kun je de karakterboog oftewel de transformatie die jouw hoofdpersoon doormaakt daar ‘overheen leggen’ als het ware? Komt het overeen? Misschien kom je erachter dat jouw hoofdpersoon helemaal niet een verandering doormaakt, of dat die op het verkeerde moment zich iets realiseert.
Tot slot, je weet nu ongeveer waar je een wankelend plot aan herkent. De kern ligt zelden in structuur alleen, maar bijna altijd in het ontbreken van een sterke karakterboog. In dit blog over herschrijven lees je meer over waarom het heel normaal is dat je plot nog niet perfect kloppend is na het schrijven van de eerste versie. Wil je tips over hoe je een karakterboog ontwikkelt, lees dan deze blog.
Raak je nu toch verstrikt in je eigen verhaallijnen? In De Roman Route begeleid ik schrijvers bij het herzien van hun manuscript vanuit deze basis: over wie gaat je verhaal, hoe verandert diegene en waarom moet dit verhaal verteld worden?





